Weblog Wilma Huijskamp

Financiering

Vrijdag 9 juli 2010

De discussie over wat wel en niet in het basispakket moet, is achter de rug. Althans voor dit moment. In de kabinetsformatie en later zal dit onderwerp steeds meer opduiken. Er spelen twee aspecten, die met elkaar strijden: de collectieve financiering van de gezondheidszorg heeft grenzen en waar begint en eindigt de individuele eigen verantwoordelijkheid van de burger. Dus waar zorgt de staat voor en wat moet je zelf regelen. Wat uit wordt gegeven in de aanvullende particuliere sfeer aan gezondheidszorg zou buiten de bemoeienis van de staat moeten vallen. Uiteraard is er behoorlijk toezicht op kwaliteit en eerlijke verhoudingen. Dat is algemeen aanvaard. De markt (ook een gereguleerde) is geen wildwest. In de fysiotherapie is een vrij duidelijke scheiding tussen zorg waarvoor iedereen (collectief) is verzekerd en de rest. Dat die rest nogal wat beperkingen heeft, is me een doorn in het oog, maar dat onderwerp komt in het vervolg aan de orde. Eerst die scheiding: kinderen en chronisch zieken wel, fysiotherapeutische interventies daarbuiten niet. Dat wil zeggen, dat financiering van intramurale fysiotherapie daar een variant op is. Elke regel zijn uitzondering, gelukkig.

Zegt dat iets over de medische noodzaak van fysiotherapeutisch ingrijpen? Nee, helemaal niets. Het zegt alleen maar dat de financieringsvorm anders is, en wel gebaseerd op het uitgangspunt van – zou ik zeggen – kwetsbaarheid van de patiëntencategorie. De vraag is of in de komende tijd iets verandert aan die verhoudingen. Mijn voorspelling is: alleen marginaal, als er budgettair aanleiding voor is. Wat met zekerheid valt te voorspellen, is dat het collectieve deel niet zal worden uitgebreid. En de stelling dat dat wel zou moeten, omdat de wetenschappelijke onderbouwing van de fysiotherapie steeds sterker wordt en de effectiviteit hoog en dat er andere kosten in de zorg worden bespaard, ontgaat me. We hoeven ons niet te bewijzen om in het basispakket te komen. Die relatie is er niet. Wij leveren “sowieso”geen flauwekul, als we ons tenminste houden aan het adagium: schoenmaker houd je bij je leest.

Nee, onze professionaliteit is geen criterium voor de wijze van financiering. Dat geldt ook voor de gekke stelling (sommigen zeggen in tijdsgewricht: knettergek), dat voor een behandeling door een fysiotherapeut zonder verwijzing van de arts een eigen bijdrage zou moeten gelden. ………….? Dat is een regelrechte ontkenning van de waarde en de effectiviteit van de fysiotherapeutische behandeling. En de kunde van de fysiotherapeut om vast te stellen of een behandeling zinvol cq gewenst is. Alles in goed overleg met de begeleider, vertrouwenspersoon van de patiënt: de arts, die geen poortwachter hoeft te zijn om die positie in te nemen. Dan is de financiering in de aanvullende verzekering vooral één van het aanbieden van passende en aantrekkelijke polissen en dito voorwaarden. Zodat er kan worden gekozen door de verzekerde zonder paternalistisch gedoe. Wetenschap, positionering en de economische waardering van de fysiotherapie zijn drie essentiële onderwerpen, ook voor de komende tijd, die onze aandacht zullen vragen. Om ons heen worden valkuilen gegraven, maar met de blik vooruit zullen we die weten te vermijden.

Geniet van de zomer!